maandag 17 april 2017

DANA HERSCHREVEN QUEST 2 MET BRONVERMELDING IN DE TEKST


In de volgende scenario’s worden mogelijke ontwikkelingen in het hoger beroepsonderwijs beschreven die op twee trends zijn gebaseerd (OECD, 2008), namelijk:

  • globalisering, met de drijvende krachten pluralisme en absolutisme;
  • leven lang leren, met de drijvende krachten formeel en informeel leren.

De scenario’s worden uitgewerkt volgens drie dimensies: de leeromgeving, de rol van de leraar en de toetsing (van den Akker, 2003).

Scenario 1:  formeel leren-pluralisme

Scenarionaam: ‘De interculturele professional’

Het ministerie van Onderwijs heeft in 2017 besloten dat doorstroming van het voortgezet onderwijs naar het middelbaar beroepsonderwijs of naar het hoger beroepsonderwijs mogelijk is vanaf het vijfde jaar van het vwo of het laatste jaar van het mbo (Onderwijsraad, z.j.). Een diploma is niet vereist, omdat voldoende leerlingen hun keuze voor een vervolgopleidingstraject al gemaakt hebben en bovendien uitstekende resultaten behalen voor domeinen die ze op het hbo verder willen bestuderen (zoals economie, zorg en cultuur en maatschappij).Leerlingen die aan het eind van het vijfde leerjaar gemiddeld een 8 staan en leerlingen die hun laatste mbo-jaar zijn ingegaan, kunnen dus doorstromen naar het eerste jaar van het hbo (de propedeuse).

De regio Eindhoven in Noord-Brabant heeft zich vanaf 2010 ontwikkeld binnen de bètatechniek en vormt de kennispoort van Brabant, Brainport genaamd. Meerdere landelijke kenniscentra hebben zich volgens een dergelijk model ontwikkeld in verschillende domeinen, zoals agro en food, economie, gezondheidszorg, kunst, onderwijs en sociale studies. Brabant excelleert nog steeds in innovatieve technologieën binnen de technische sector, met de Technische Universiteit in Eindhoven (TU/e) als koploper op dit gebied (Leren in Eindhoven 2030). Sinds 1 september 2015 is hetlandelijk opleidingsaanbod in het bètaonderwijs gereduceerd van 65 tot 36 opleidingen (Vereniging hogescholen,2015). Het aanbod is hierdoor overzichtelijker en de concurrentie tussen opleidingen is toegenomen. Binnen de TU/e heeft de hbo-opleiding Bètatechniek zich aanzienlijk ontwikkeld. TU/e profileert zich als de concurrent in technische opleidingen ten opzichte  van TU Delft. Tussen 2017 en 2030 zal Brabant een regio zijn waarbinnen kennis over innovatie en technologie samengaan. Inmiddels zijn het vijfde vwo-leerjaar en het eerste leerjaar van de hbo-opleiding Bètatechniek (op het gebied van engineering, natuurkunde, biologie, chemie) aan elkaar verbonden. Volgens een prognose van het CPB in 2012 ontwikkelen zich rondom de Randstad andere kennisgebieden. Hieronder is de voorspelling over de relatieve bevolkingsgroei van het CBS uit 2012 weergegeven. De Randstad wordt sinds 2012 als een regio met sterke groei beschouwd.

Op regionaal gebied profileren en differentiëren hbo-opleidingen zich dus al sinds 2012, zodat inzichtelijk is welke school zich op welke sector richt. Ook behandelt men het vraagstuk over de inrichting van het hbo, zodat studenten die in vol- of in deeltijd willen studeren het aantrekkelijker gaan vinden. Op een dergelijke manier wordt een leven lang leren gefaciliteerd (Vereniging Hogescholen z.j.). Om dit te stimuleren is er een vouchersystem (Vereniging hogescholen, 2016) geïntroduceerd dat studenten op aanvraag kunnen activeren (de student ontvangt financiële steun en krijgt flexibele werktijden zodat hij zich verder kan ontwikkelen).Het model van de hbo-bètatechniek opleidingen in Brainport vormt een voorbeeld voor het hoger economisch onderwijs (heo). In 2015 is men gestart met een herordening van de opleidingen op basis van de heo-standaard, waarbij de 50 bachelor opleidingen zijn teruggebracht naar 30 (Vereniging hogescholen, april, 2016).Hoewel er vanwege politieke ontwikkelingen nog sprake is van polarisatie, blijft globalisering een voortdurende trend. Daarom is het van belang dat kennis over interculturele communicatie een onderdeel vormt van elke opleiding. De polarisatie is niet alleen toegenomen op financieel gebied (arm en rijk), maar ook binnen gebieden als gedrag, vaardigheden en opleiding. Hbo-instellingen dienen in deze gepolariseerde maatschappij een brug te slaan door maatschappelijk bewustzijn actief te stimuleren en door integrale en flexibele curricula aan te bieden die gepersonaliseerd zijn volgens de behoefte van de student en , zijn financiële mogelijkheden.

Leeromgeving: de herstructurering en herordening van de hbo-opleidingen en de mogelijkheden om hiertoe door te stromen vanuit vwo 5 en het mbo zijn zichtbaar in de leeromgeving. Elke kennisregio heeft open space leeromgevingen met flexibele werkruimtes.  Smart bracelets meten aan het begin van de dag het bioritme van de studenten (Westera, 2013). Zo kunnen de taken aangepast worden aan hun energieniveau. De student kan zijn of haar dag- en leerprogramma samenstellen op basis van zijn bioritme.

De docenten zijn aanwezig om de vragen van studenten te beantwoorden. Het betreft hier vakdocenten, maar zij treden vaker op als coach. Iedere vakdocent heeft bovendien een Android-optie die hij inschakelt op momenten dat hij afwezig of ziek is, of wanneer de klas te groot wordt. Een student maakt deel uit van een team, maar dit team hoeft niet op dezelfde locatie aanwezig te zijn. Via internet heeft de student toegang tot community waardoor hij kan deelnemen aan nationaal en internationaal groepswerk. De teams bestaan uit nationale en internationale studenten. De hbo-instelling koppelt inmiddels meerdere open- space leercentra in binnen- en buitenland aan elkaar. De voortgang meet men dagelijks aan de hand van ingeleverde taken en opdrachten met real-time analytics. De traditionele methode om kennis te vergaren is  losgelaten (Leren in Eindhoven in 2030). De leeromgeving staat centraal in de maatschappij (de locatie en architectuur weerspiegelen dit ook) en is ingebed in de bedrijvenwereld.

Behalve technologische ontwikkelingen, groeit ook de herwaardering van de sociale en fysieke dimensie in het onderwijs (Leren in Eindhoven 2030). Men werkt samen in teams met verschillende cultuurachtergronden, niveaus en talenten.

Toetsing: de formele vooruitgang van de student wordt gemeten met learning analytics( Leren in Eindhoven in 2030). De student wordt tijdens zijn studie beoordeeld aan de hand van zijn opgestelde digitale portfolio. Ook ontvangen studenten een eindbeoordeling voor een uitgevoerd praktijkonderzoek of voor een adviesrapport voor bedrijven. Advanced skills vormen een onderdeel van de formele summatieve beoordeling en zijn gekoppeld aan de eisen van het bedrijf waar de student stage heeft gelopen. Bedrijven zijn vooral op zoek naar afgestudeerden met divergente cognitieve vaardigheden.


Scenario 2: formeel leren - absolutisme

Scenarionaam: ‘De gestandaardiseerde professional’


In januari 2030 voert de Nationale Commissie voor Leren en Diplomawaardering nieuwe regels in omtrent curricula in het hoger onderwijs. De commissie maakt deel uit van de United Countries for a Better Future die is opgericht om toezicht te houden op het curriculum van hbo-instellingen in verschillende landen. 

In dit scenario stroomt een student pas door naar hoger onderwijs wanneer hij alle andere voorafgaande onderwijsniveaus met een diploma heeft afgerond. Hij volgt een strikt onderwijscurriculum dat vergelijkbaar is met dat van de landen die onder toezicht van de commissie staan. De studievakken in het programma zijn in samenwerking met de commissie door de lokale overheid bepaald.

De student wordt individueel beoordeeld en moet op eigen kracht opdrachten uitvoeren. De concurrentie tussen de leerlingen is hoog. Een intervisie met medestudenten stimuleert de profilering van de student, zodat hij zijn unieke kwaliteiten kan ontplooien. De student werkt in heterogene groepen die verschillen op het gebied van sociale herkomst, maar homogeen zijn met betrekking tot het leerdomein (economie, zorg of social studies).

De rol van de docent bestaat uit het overdragen van kennis, het monitoren van de student en het geven van kwalificaties.  Het geven van kwalificaties gebeurt aan de hand van learning analytics. Een eindbeoordeling vindt plaats aan de hand van big data. Onder toezicht van de Nationale Commissie creëert iedere student een online portfolio dat dient als kwalificatieprofiel. Dit kwalificatieprofiel is gestandaardiseerd in meerdere landen binnen United Countries for a Better Future. In het systeem van de Nationale Commissie heeft iedere student een account en worden zijn resultaten bijgehouden. Ook stelt hij aan de hand hiervan zijn portfolio op. De rol van de docent is drievoudig: zijn taken bestaan uit monitoren, doceren en diagnosticeren. De docent monitort de leeractiviteit van de student en brengt deze in kaart aan de hand van learning analytics en big data. De docent is hoogopgeleid en moet geregistreerd staan in het nationale Lerarenregister om les te mogen geven. De docenten hebben daarnaast een diagnosticerende rol: zij moeten kunnen vaststellen wat een student weet en kan. De docenten zijn aangesloten op een netwerk van rolmodellen en zijn de vertegenwoordigers van de waardes van hun land (country), waardoor zij deel uitmaken van United Countries for a Beter Future.

Onderwijsinstellingen ontwikkelen per domein een leeromgeving waarin de student zijn opdrachten uitvoert en lessen volgt. De overheid heeft de toegang tot online media beperkt tot noodzakelijke informatie.

De student heeft straks toegang tot de internationale arbeidsmarkt waarop de United Countries zijn aangesloten. De landen erkennen elkaars diploma’s en certificeringen. Ze streven naar standaardisering van kennis en vaardigheden. Op deze manier kunnen hbo-instellingen de landen binnen United Countries for a Better Future met elkaar vergelijken en een kwaliteitsmonitor opstellen. De Nationale Commissie monitort de kwaliteit van het onderwijs door de resultaten van elke (hbo-)onderwijsinstelling te meten. Een leven lang leren krijgt vorm door binnen een door de Nationale Commissie bepaald aantal uren advancedskillstrainingen te volgen.  


Scenario 3: informeel leren - pluralisme

Scenarionaam: ‘De Facebookprofessional’

Voor de doorstroming vanuit het voortgezet onderwijs en mbo naar het hbo heeft men sinds 2017 geen einddiploma meer nodig. Het ministerie van Onderwijs heeft besloten dat een diploma niet langer noodzakelijk is om als student toegang te krijgen tot een propedeusejaar op het hbo. De regio Brainport heeft zich sinds 2012 ontwikkeld als de kennispoort van Brabant (Leren in Eindhoven in 2030). Dit model is gevolgd in het gehele land en inmiddels bestaan er landelijke hbo-kenniscentra binnen verschillende domeinen, namelijk agro en food, bètatechniek, economie, gezondheidszorg, kunst, onderwijs en sociale studies (Vereniging Hogescholen, z.j.). Sinds 1 september 2015 is het landelijke aanbod van bètaopleidingen op hbo-niveau van 65 tot 36 opleidingen gereduceerd (Vereniging Hogescholen, 2015). Het aanbod is hierdoor overzichtelijker en de concurrentie tussen de is toegenomen. Bovendien heeft men connecties met soortgelijke kenniscentra in andere landen. Leren vindt plaats binnen een openspaceomgeving via virtuele en fysieke ontmoetingsplekken voor community learning (Leren in Eindhoven in 2030). De student leert volgens een dynamisch en flexibel rooster dat is samengesteld aan de hand van zijn vrije tijd en werktaken. Dit onderwijs werkt volgens het principe van een ‘self organised learning environment’ en ‘do it yourself learning’. De leerervaringen worden aangepast aan het individuele niveau. Door middel van onlinecursussen en virtualrealitytechnologieën maakt de student deel uit van community’s van informeel leren, waarin vanuit verschillende domeinen ervaringen worden gedeeld. Volgens het Facebookmodel worden teams samengesteld van leerlingen met verschillende interesses die buiten het reguliere onderwijsprogramma vallen. Studenten worden ondersteund in het leerproces via peer reviews met communityfeedback. De student krijgt inzicht in zijn eigen leer- en ontwikkelproces en in dat van de anderen in zijn groep. Dit vergroot zijn ‘leren leren’-vaardigheden. Vrijheid, flexibiliteit, persoonlijke interesse en motivatie zijn de pijlers die dit Facebookmodel ondersteunen.

Leeromgeving: leren vindt overal en altijd plaats (Leren in Eindhoven 2030). Aan de hand van technologie leert men van elkaar, bijvoorbeeld via livestream of een combinatie van technologie en objecten, zoals augmented reality (Kennisnet z.j.). De student bepaalt wat hij wil leren, hoe hij wil leren en wanneer hij wil leren, doordat noch de overheid, noch andere instanties formele kaders hebben vastgesteld. In dit scenario is de docent een medestudent: vaak is hij onderzoeker of werkzaam in het bedrijfsleven als manager of adviseur. Samen met de student ontwikkelt de docent nieuwe kennis en concepten en draagt hij bij aan de ontwikkeling van de maatschappij. Maatschappelijke ontwikkelingen motiveren de student: hij wil erbij horen. Technologie is een onderdeel van zijn leven en hij zet die in voor eigen ontwikkeling, voor het delen van informatie en voor het creëren van kennis. Hij is intrinsiek gemotiveerd en kan worden beschouwd als een co-creator van de maatschappij waarin hij leeft. Er zijn geen formele toetsen of diploma’s. De leerling houdt zijn kennis- en advancedskillsvaardigheden bij met de Leren 2030-app, doordat hij deelneemt aan verschillende projecten, community’s en leerkringen. Indien de student al een baan heeft of zijn baan is kwijtgeraakt door bijvoorbeeld robotisering, is informeel leren een optie om zichzelf bij of om te scholen. De domeinen en sectoren waarin de student vaardigheden opdoet overlappen bovendien.



Scenario 4
informeel leren absolutisme
Scenarionaam: Roaming model

Het is januari 2030 en de Nationale Commissie voor Leren en Diplomawaardering heeft het druk met invoeren van nieuwe regels omtrent curricula in het hoger onderwijs. De  Nationale Commissie is onderdeel van de United Countries for  A Better Future opgesteld om toezicht te houden op de inhoud van curriculum in hbo instellingen in meerdere landen. In dit scenario gaat de student naar hoger onderwijs pas nadat hij alle andere voorafgaande onderwijsniveaus met een diploma heeft afgerond. Hij volgt een strak onderwijs curriculum vergelijkbaar in alle landen waar de Commissie toezicht houdt. De studievakken in het programma zijn door de lokale overheid bepaald in samenwerking met de Nationale Commissie. De student wordt individueel beoordeeld en moet op eigen kracht de opdrachten maken. Concurrentie tussen de leerlingen is hoog. De intervisie met de mede-lerende is bedoeld als manier om de lerende te profileren en zijn unieke kwaliteiten te benadrukken. Onderdeel van zijn profilering is het ook investeren in kwalificaties en vaardigheden die hij kan verwen in zijn vrije tijd. De lerende kan kennis en vaardigheden ontwikkelen buiten zijn curriculum op de National Open Onderwijs Academie (NOOA). De informele resultaten van deze opleidingen die de lerende doet in zijn vrije tijd worden opgevangen door een big data system. Door middel van big data verzameling wordt er gesignaleerd waar de talenten van een lerende liggen, binnen en buiten zijn vak/onderwijsgebied.
De rol van de docent is voornamelijk de lerende tecoachen (Onderwijs 2032) in zijn leerproces in de informele omgeving. Via een open platform van de NOOA en verzamelen van big data kan de docent-coach signalen opvangen over resultaten die een indicatie geven van de andere talenten van de lerende. Op basis hiervan kan er een signaal gestuurd worden naar de lerende, vervolgd door een gesprek om te bepalen of er behoefte is aan diep learning of eventueel verdere specialisatie.
Onder de monitoring van de coach van het platform van de NOOA, bouwt iedere lerende een online portfolio als gepersonaliseerd kwalificatieprofiel. Dit gepersonaliseerd kwalificatieprofiel is verschillend  in elk van de  landen van de Countries for a Better Future. De lerende beschikt straks dus van extra inzetbaarheid en mobiliteit op de internationale arbeidsmarkt waar de Countries zijn aangesloten.
De landen erkennen elkaars NOOA platform en gepersonaliseerde trajectendiploma’s en certificeringen.  De NOOA Platform wordt op kwaliteit gemonitord door een departement van de Nationale Commissie.
Naast een standaardisering van kennis en vaardigheden bouwt de lerende een gepersonaliseerd portfolio op. Bovendien, is de lerende vrij te bepalen welke vaardigheden hij wil ontwikkelen op de NOOA platform.
Literatuur
Bouwen, G. (2014). De nieuwe school in 2030: Hoe maken wen leren en werken aantrekkelijk?. Brussel, België: Koning Boudewijn Stichting.
OECD. (2008). Vormgevende trends binnen het onderwijs. Geraadpleegd van https://www.oecd.org/edu/ceri/42601394.pdf
Onderwijsraad. (z.j.). Leven lang leren. Geraadpleegd van https://www.onderwijsraad.nl/dossiers/een-leven-lang-leren/item135
Platform Onderwijs 2032. (2016). Ons onderwijs 2032. Eindadvies. Geraadpleegd van http://onsonderwijs2032.nl/
Technische Universiteit Eindhoven. (2014, 01 januari). Leren in Eindhoven 2030:visie en roadmap voor de toekomst van educatie. Geraadpleegd van https://pure.tue.nl/ws/files/3873395/762505.pdf
Vereniging Hogescholen. (2015, mei). HBO 2025: Wendbaar en Weerbaar. Geraadpleegd van http://www.vereniginghogescholen.nl/system/knowledge_base/attachments/files/000/000/008/original/hbo2025WendbaarWeerbaar_Strategische_visie_VerenigingHogescholen.pdf?1438000747
Vereniging hogescholen. (2015). Op weg naar aantrekkelijker deeltijdonderwijs. Geraadpleegd van http://www.vereniginghogescholen.nl/
Westera, W. (2012). The Digital Turn: How The Internet Transforms our Existence. Geraadpleegd van http://www.thedigitalturn.co.uk/



Geen opmerkingen:

Een reactie posten